De tentoonstelling.

Het museum omvat drie zalen.

In ZAAL 1 is een aantal originele uniformen te zien. De Turks aandoende kledij van de pauselijke zouaven was ontworpen naar het voorbeeld van het Franse legeronderdeel in Algiers, waaraan zij tevens hun naam ontleenden.

 

In ZAAL 2 trekken twee schilderijen van Faber de aandacht. bekendste Nederlandse zouaaf Pieter Janszoon Jong uit Lutjebroek in gevecht te Monte Libretti. Op het andere schilderij zien we hoe Nederlandse zouaven bereid waren te helpen bij de cholera-epidemie in Albano, onder andere door de overleden slachtoffers te begraven. Enkelen bezweken zelf aan deze vreselijke ziekte.
Een aparte vermelding verdient het kostbare Mentana-vaandel. Het herinnert aan de overwinning van het zouavenregiment bij Mentana in 1867.

Na hun terugkeer richtten de zouaven broederschappen of bonden op, die in de beginperiode tot doel hadden klaar te staan als de Paus weer een beroep op hen deed. Later stelden de oud-zouaven zich tot taak elkaar te steunen en activiteiten te ondernemen op kerkelijk en sociaal terrein.
Hun afdelingsvaandels zijn, voor zover ze bewaard bleven, te zien.

 
In ZAAL 3. Een interessant - en misschien wel het aardigste - gedeelte van de permanente expositie wordt gevormd door talrijke persoonlijke brieven, verzoekschriften, dagboekjes, ontslagbewijzen, fotošs en onderscheidingen. Het zijn allemaal tastbare herinneringen aan een merkwaardige episode in de geschiedenis van het katholieke volksdeel.