Wat zijn zouaven?

In de eerste helft van de negentiende eeuw ontstond in ItaliŽ een sterk nationaal bewustzijn dat tot uiting kwam in een streven naar staatkundige eenheid in het land. Dit betekende een gevaar voor de onafhankelijkheid van de Kerkelijke Staat, waarvan de Paus het hoofd was. Victor Emmanuel II, koning van SardiniŽ, veroverde in 1860 een gedeelte van het pauselijk gebied, dat het midden van ItaliŽ besloeg. SiciliŽ en Zuid-ItaliŽ sloten zich na een succesvolle expeditie van vrijheidsheld Garibaldi hierbij aan. Zo ontstond het Koninkrijk ItaliŽ met Turijn als voorlopige hoofdstad. Paus Pius IX behield nog slechts Rome met omgeving, het zogenoemde Patrimonium Petri. Hij begreep dat hij een sterker leger nodig had om zijn grondgebied te verdedigen.

De Paus richtte daarom een oproep tot de katholieke jongeren in de wereld om hem te hulp te komen. Onder leiding van een Franse generaal werd het "Regiment der Pauselijke Zouaven" opgericht, waarin vrijwilligers uit diverse landen dienst namen. De zouaven werden aldus genoemd naar een dappere inheemse stam in Algiers, die zich aan de Fransen had onderworpen en waaruit een keurkorps van het Franse leger was gevormd.

Met ruim 3.000 man vormden Nederlanders het grootste contingent. Het enthousiasme in katholieke kring was hier nog groot, in tegenstelling tot andere landen. Oudenbosch was in de jaren 1864-1870 het voornaamste verzamel -en vertrekpunt van de aspirant-zouaven vanuit Nederland. In 1870 bezette het Italiaanse leger het overgebleven deel van de Kerkelijke Staat.

De eenheid van ItaliŽ met Rome als hoofdstad was een feit. De Paus trok zich als vrijwillige gevangene terug in het Vaticaan. De zouaven verlieten de Italiaanse bodem.